Wat is een visvinder
Een goede visvinder, fishfinder of dieptemeter is in staat de diepte van het water te meten, het bodemverloop en de aanwezigheid van plantengroei, obstakels en vis te signaleren. Een visvinder geeft deze informatie uitsluitend aan op die plaats waar de visser met z'n boot overheen vaart. Puur technisch bekeken is een visvinder een afstandmeter: hij meet de afstand tussen de transducer en de bodem waarbij ieder object dat zich hiertussen bevind ook geregistreerd wordt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waarom een visvinder
Moest je vroeger een water echt kennen of op informatie van anderen voortgaan, dan kun je dit nu zelf in kaart brengen of nagaan of het gezegde ook degelijk klopt. Zeker in grote waters, meren en rivieren bestaat het grootste gedeelte uit leeg water. Hiermee bedoel ik dat die ruimte door de vissen benut wordt om van de ene voedselplaats naar de andere te trekken en ze er zelden langere tijd blijven. Het andere gedeelte bestaat uit kuilen, richels, steile taluds, takkenresten en rotsen. Juist deze plaatsen zijn een verzamelplaats van vuil en voedsel en ook de plaatsen waar de vis die wij willen vangen op zoek gaat naar voedsel of er een schuilplaats heeft en vanaf hier op jacht gaat. Ik schrijf hier speciaal "de vis die wij willen vangen" omdat er natuurlijk nog talrijke andere plaatsen en situaties zijn waar er wel vis zit, maar waarvoor een visvinder niet het ideale middel is om deze te lokaliseren. Denken daarbij aan het vissen vanaf de kant of in kanalen en kleine vijvers. Maar ook hier komt door de techniek verandering in zoals met de laatste snufjes zoals bijvoorbeeld een visvinder ingebouwd in radiografische voerboot met draadloze transducer (fishfun rf15 fishfinder) of een polshorloge met een draadloze mini transducer die men onder de hengeltop kan neerlaten, of aan een draadje in het water kan werpen. Het mooie is dat juist op die plaatsen de vissen vrij honkvast zijn of deze plaatsen regelmatig komen opzoeken. De visvinder geeft je de mogelijkheid die plaatsen met 100% zekerheid terug te vinden waarbij je telkens weer onmiddellijk kunt zien of er vissen aanwezig zijn en waar ze zich op dit moment ophouden. Wat nog altijd niet wil zeggen dat ze die dag ook bijten, maar het geeft je wel het vertrouwen dat je niet op een visloze plaats aan de weer bent.

De visvinder technisch bekeken
Elke visvinder bestaat uit twee delen: het beeldscherm (tevens zender) en ontvangst module met ernaast de knoppen voor de bediening, en de transducer die als onderwater antenne fungeert.

De transducer
De transducer zelf wordt bij een eigen boot, meestal aan de spiegel van de boot vastgemaakt en is met de zend en ontvangsteenheid verbonden via een kabel. Wil je deze echter verplaatsbaar houden dan gebruik je het best een transducer stang. Zelf gebruik ik een rechte uitvoering omdat deze gemakkelijk opgeborgen kan worden in een reiskoker. Er zijn verschillende modellen transducers die afhankelijk van de montage op de boot of het gebruik gekozen worden. Koop daarom steeds bij iemand die hiervan op de hoogte is en leg u eigen situatie uit voor u beslist welk model u nodig heeft. Het getoonde model is een van de populairste en een van de betrouwbaarste voor de meeste omstandigheden. Aangezien de transducer als antenne voor de visvinder fungeert dient deze perfect te worden gemonteerd. Volg daarbij de handleiding van de leverancier nauwkeurig op. Enkele regels zijn echter algemeen van toepassing.

1 luchtbellen onder of in de omgeving van de transducer geven storing, hij moet daarom op een plaats met een vloeiende watergang worden gemonteerd.

2 Plaats de transducer steeds zo dat de signalen recht naar beneden zijn gericht bij de gebruikelijke vaarsnelheid.

3 Let er bij spiegelmontage op dat hij niet te dicht bij de buitenboordmotor wordt gemonteerd om storing door de schroeven te vermijden.

4 Voor transducers die op polyester gelijmd worden, volg hierbij de lijminstructies van de fabrikant nauwkeurig op.

5 Plaats de transducer steeds zo diep mogelijk in het water, dat minimaliseert de kans op storingen.

6 Gebruik bij aluminium en metalen boten alleen een transducer die hiervoor geschikt is (meestal in plastic behuizing).

7 Vermijd dat de transducerkabel in contact komt met andere bekabeling in de boot.

8 Controleer de transducer regelmatig op vuil.

9 Ontvet de tranducer geregeld met een gewoon afwasmiddel sopje. Vuil en vet hebben een negatieve invloed.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het beeldscherm
De weergave van het onderwaterbeeld gebeurd op het LCD scherm. Afhankelijk van de kwaliteit en prijs is de detailweergave beter. Maar algemeen kan men stellen dat bij de huidige generatie visvinders de meeste ruim voldoen. Door de grotere omzet zijn de prijzen flink gedaald terwijl de voortschrijdende techniek voor steeds betere kwaliteit zorgt. Wilt u het nieuwste dan kun je zelfs kiezen voor een kleurenscherm of een combinatie van visvinder en GPS. Momenteel zijn er zelfs reeds visvinders op de markt waarbij het scherm een polshorloge is. Het spreekt vanzelf dat deze voor normaal gebruik niet gedetailleerd genoeg zijn maar in de toekomst voor andere toepassingen kunnen dienen.

 

 

 

 

 

 

De werking
De achter het scherm ingebouwde zend en ontvangsteenheid zend signalen uit via de transducer die weerkaatst worden door de bodem en de tussenliggende objecten. Deze teruggekaatste signalen worden door de transducer terug opgevangen en op het scherm omgezet in beeld. Volgens de fabrikanten zijn deze signalen niet waarneembaar voor de vissen al wijzen recente studies uit dat zeker bij vissen als dolfijnen er toch een reactie volgt op het gebruik van sonar signalen. Maar in ons geval is de frequentie hiervoor waarschijnlijk te laag om enige invloed te hebben. De signalen worden uitgezonden onder een bepaalde hoek , afhankelijk van het model. Bij de huidige modellen is dit circa 20 graden, bij mijn Eagle ultra 3D is dit nog 14 graden. Door deze hoek worden de signalen uitgezonden in een kegelvorm. Het sterkst zijn de signalen in het midden van de cirkel en worden zwakker naar de randen toe. Je kunt je dit het best voorstellen als een zaklamp die je gebruikt in een donkere omgeving. Alleen datgene dat binnen de stralingsbundel komt wordt op het beeldscherm weergegeven. Het oppervlakte dat de stralingsbundel bestrijkt is afhankelijk van de waterdiepte. Door met je zaklantaarn meer afstand tot de muur te nemen , wordt het verlicht gebied vergroot. Bij een visvinder is dit hetzelfde , hoe dieper het water hoe meer je van de bodem ziet. De oppervlakte die de stralingsbundel bestrijkt is derhalve afhankelijk van de diepte. Globaal kun je zeggen dat de oppervlakte die de stralingsbundel op de bodem bestrijkt met een 20 graden transducer circa 1/3 van de waterdiepte is in cirkelvorm. Daarbij veranderd deze hoek ook bij gebruik van meer decibels (sensitivity). Hoe meer sensitivity hoe kleiner het oppervlakte dat je van de bodem ziet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BASIS FUNCTIES
De micro elektronica heeft er voor gezorgd dat er op de meeste visvinders veel extra functies geplaatst zijn. Veel van die functies hebben met de essentie van het vis vinden weinig te maken en zijn hoofdzakelijk bedoeld om het geheel aantrekkelijker te maken voor de koper. We nemen daarom alleen de belangrijkste functies die noodzakelijk zijn en die op iedere visvinder aanwezig zijn uitgebreider onder de loep.

De beeld / vaar snelheid
Om een bodemprofiel op te tekenen , moet de boot in beweging zijn. Het beeld wordt hierbij sterk beïnvloed door de vaarsnelheid. Als twee boten met identieke visvinders hetzelfde traject afleggen , maar met een verschillende vaarsnelheid , dan krijgen ze een totaal verschillende indruk van het bodemprofiel. Zo zie je bij een langzame snelheid een zacht aflopende helling , terwijl met hoge snelheid dit een steil aflopende helling wordt. Om te zien of de vaarsnelheid juist staat afgesteld kijkt men naar de visecho's , deze mogen niet te langgerekt zijn , en moeten een mooi banaanachtig figuurtje vormen. (zie VB.) . Gewoonlijk werkt een instelling op 3/4 chart speed het best. Ook als je langzaam vaart. De Het is vaak ook mogelijk gewoon vissymbolen (zie VB.) op het scherm te krijgen in de plaats van de gebruikelijke banaantjes , deze zijn in verschillende grote , en vaak met vermelding van de diepte waarop de vissen zwemmen. Hoe je dit instelt hangt van u persoonlijke voorkeur af.

 Verder kan men verschillende diepteschalen instellen (zoom functie). Bijvoorbeeld :  van 0 tot 10 meter of  0 tot 30 meter, enz .. Op geavanceerde toestellen kun je dit zelfs per meter.  Het voordeel hiervan is dat je een duidelijker beeld krijgt van de bodem over het volledig scherm. Een andere functie die hiermee samengaat is de beeldscherm splitsing. Hierbij krijgt men op de ene helft een beeld over de volledige diepte , terwijl de andere helft de eerste meters vanaf de bodem weergeeft (zie voorbeeld).

De sensitivity (decibels)
Een van de allerbelangrijkste functies. Deze functie kan men regelen van hoog naar laag. Hoe meer sensitivity, hoe kleiner het oppervlakte dat je van de bodem ziet. Staat deze functie te laag, en is het diep water , dan mag je blij zijn dat de visvinder de waterdiepte aangeeft en je de bodem ziet. Je moet de sensitivity dan ook zodanig instellen dat je een duidelijk beeld krijgt. Normaal doe je dat door deze op het maximum te zetten , en dan te verminderen tot je een duidelijk beeld krijgt zonder storingen. Hoe ondieper het water , hoe lager je deze normaal moet instellen voor een duidelijk beeld. Is het water veel dieper , dan moet je deze hoger instellen wil je nog vissen zien. Bij veel visvinders is er een automatische mode , waarbij het apparaat dit zelf regelt. In de meeste gevallen werkt dit naar behoren. Storingen / ruis  komen meer voor in zeewater dan in zoetwater, (hoofdreden hiervoor is de watersamenstelling , turbulentie en micro organismen). Nemen we aan dat de  instelling juist staat , dan zie je in de eerste plaats de diepte , die je gewoon kunt af lezen (instellen in meter of voet), de bodem en de vis symbolen. Maar met een gevoelige visvinder is het zelfs mogelijk de thermoclines waar te nemen. Dat betekend : In dieper water is er vaak een verschil van temperatuur in de verschillende waterlagen , waar deze lagen elkaar raken noemen we dit de thermocline. De diepte en dikte hiervan wisselt met het weer , de seizoenen en zelfs de tijd van de dag. Op diepere meren  kunnen er meerdere thermoclines zijn. Deze thermoclines zijn vaak belangrijk voor game vissen , omdat deze graag juist onder of boven deze thermoclines zwemmen. Vaak zit de aasvis juist boven deze waterlaag , terwijl de grotere predators er juist onder zwemmen. Hoe groter het verschil in temperatuur , hoe duidelijker men deze lijn kan zien met de visvinder (zie voorbeeld). Op ondieper water is dit fenomeen echter niet aanwezig , of is het verschil in temperatuur zo gering dat het niet zichtbaar is.

De grayline
Technisch kies je hiermee tussen zachte of harde echo's. Met deze instelling moet je echter zuinig omspringen, te veel ingevoerde grayline doet de echo's vergrijzen waardoor het contrast verslechterd. Stel deze zo in dat er in het bovenste deel van de bodem een grijze strook ontstaat.  Zo zie je het verschil tussen een zachte of een harde bodem. Een zachte modderige of plantrijke bodem kaatst een afgezwakt signaal terug dat resulteert in een smalle of zelfs geen grayline terwijl bij een harde bodem een duidelijke grijze strook waarneembaar is (zie voorbeeld).

zachte bodem
harde bodem

Als alles goed gaat en je ziet een plaatje als onderstaand voorbeeld dan ben je er 100% zeker van dat er vis zit. Meestal moet je het echter met minder duidelijke bodemprofielen als hellingen of diepteverschillen doen, maar het brengt je hoe dan ook steeds voordeel op. Een ding weet je echter zelfs met de beste fishfinder nooit: bijten ze vandaag??

Winkelwagen


Winkelwagen (Winkelwagen is leeg)

Fishfun ook in België

 

Nanotec with Vexilar Sonarphone fishfinder

Nanotec voerboot

VIS TV

De Anatec Spektrum met de FishFun fishfinder gedemonstreerd in de praktijk door Marco Kraal in een aflevering van VisTV:

Links

Recente vangsten